Hieronder een interview, uitgevoerd door de schrijver Arjan Visser:
Op een reclamezuil in Castricum, de woonplaats van Hugo van den Broek (33), hangt nog een oud aanplakbiljet van het jaarlijkse loop- en wielerevenement de Dubbele Lus. Twintig jaar geleden zag hij, als twaalfjarig ventje, de hardlopers voor het eerst voorbij komen en hij wist meteen: dát wil ik ook. Inmiddels verdient Hugo zijn geld met topsport, is hij getrouwd met hardloopster Hilda Kibet en leeft hij het grootste deel van het jaar in Kenia. Waar het mooi is, en warm, en rustig.
Na de toch wat teleurstellende Amsterdam marathon (2.13.25 is mijn tweede tijd ooit, maar ik zou liegen als ik zeg dat ik daar tevreden mee ben) hebben Hilda en ik enige dagen in Nederland gespendeerd, waarna we naar Barcelona vertrokken.
Een schitterende stad met mooie grote gebouwen (Gaudi), gezellige boulevards en pleinen en niet zo druk en vervuild als sommige Echt Grote Steden. En uiteraard wordt er volgend jaar het Europees Kampioenschap atletiek gehouden! Maar als je er een beetje bij wilt horen, dan zeg je dus niet “europees kampioenschap atletiek 2010 in Barcelona”, want dat is een hele mond vol. Nee, dan heb je het over het veel swingender “BCN2010”, wat je dus uit moet spreken op zijn Engels “bie-zie-en-twentie-ten'. En de echte insiders, merkte ik al snel, hebben het over “B10”.
Die insiders, de organisatoren dus, lieten ons per auto het marathonparcours zien. Dat wordt een ronde van 10km door de stad, met alleen wat vals plat erin maar verder vlak, over brede asfaltwegen, die ons voert langs een aantal markante gebouwen en monumenten. Niet dat wij, de marathonlopers, daar oog voor zullen hebben, maar de marathon is natuurlijk hét evenement bij uitstek om de stad Barcelona weer eens onder de aandacht van het grote publiek te brengen en te laten zien hoe mooi het daar is. We zullen volgend jaar 1 augustus eerst beginnen met tweemaal een ronde van 1.097 km en daarna 4 maal een ronde van 10km. Na de autorit heb ik de ronde ook nog even gelopen, met gps. Dat viel niet mee, want de benen waren nog stijf van de marathon, dus de time-to-beat voor de ronde van 10km staat op slechts 51'.
Afgelopen dinsdag zijn we in Iten gearriveerd en weer begonnen met een beetje gestructureerd trainen. Met de nadruk op 'een beetje'. Na 5 keer 30' joggen in de eerste 16 dagen na de marathon, doe ik nu dagelijks een duurloop van een uur en vanmiddag voor het eerst weer 90' – met Abdi Nageeye en Gert-Jan Wassink, die in Lornah's camp verblijven.
Ondertussen heb ik de tijd gehad om de marathon te analyseren en een antwoord te vinden op de vraag waarom het me, tegen mijn verwachting in, niet lukte om 2.11 of 2.12 te lopen.
Ik heb drie belangrijke redenen gevonden: ik heb waarschijnlijk te weinig trainingen van 35km en langer gedaan (waardoor de energievoorraad op was na 36km), ik heb een specifieke voorbereiding van 13 weken gehad, waarin ik halverwege in topvorm was en in de laatste weken minder (zo liep ik een 25km-duurloop in marathontempo na 6 weken trainen in 1 uur 20 en na 11 weken in 1 uur 22) én ik ben in de wedstrijd zelf te gretig geweest. Ik wilde zo graag hard lopen, dat ik continu kort achter de hazen zat, in plaats van te letten op ontspanning en het sparen van energie. Na een doorkomst halverwege in 1.05.40 (een prima tempo) ging ik flink versnellen de volgende 5km. Al met al heb ik dus met mijn krachten gesmeten in de marathon, en dat wreekt zich dan in de laatste 5-10km.
Zo zie je maar, ook in je 10e marathon leer je nog.
Ik ben er nog niet helemaal uit of ik volgend voorjaar weer een marathon wil doen (in maart dan, zodat ik voldoende tijd heb om me voor te bereiden op BCN2010), of me toch wil richten op de ½ marathon en 10km. Ik neig naar het laatste, maar zal daarover komende maand de knoop doorhakken.
Eigenlijk zit het zwaarste erop: 10 weken lang van veel kilometers en harde marathontrainingen. Nu volgt nog een week met lichte trainingen. De marathon zelf is uiteraard zwaar, maar omdat het een eenmalige inspanning is, waar je uitgerust aan begint, valt het in het niet bij wekenlang hard trainen.
De afgelopen weken hebben we – onder begeleiding van onze coach Gerard van Lent die enkele weken naar Kenia is gekomen – nog een paar pittige dingen gedaan, zoals een progressieve duurloop van 35km, met de laatste 15km in marathontempo en de 10km daarvoor net wat rustiger. Afgelopen zondag stond de laatste 'echt zware training' op het programma: een duurloop van 25km in marathontempo. Of eigenlijk het equivalent daarvan op 2250m hoogte. Deze deed ik samen met Koen Raaijmaekers. Koen draait ook goed, we liepen samen 1.21.50. Eergisteren dan nog een snelheidstraining van 10x1000m (in 3.03-2.55, met 1 minuut pauze). In vergelijking met de andere trainingen is dat heerlijk relaxed.
De gehele voorbereiding is goed verlopen, ondanks wat vermoeidheid onderweg, maar dat hoort erbij (zie vorige nieuws). Het is niet makkelijk om een goede marathonvoorbereiding te doen en deze zonder klachten/blessures door te komen. Het gevaar van overbelasting ligt altijd op de loer. Neem nu de komende Amsterdam marathon. Helaas hebben verschillende collega's door een blessure af moeten zeggen. Vooral erg vervelend voor henzelf, maar ik vind het ook jammer, want een NK heeft toch meer uitstraling als het sterker bezet is.
Na mijn lange blessureperiode van 2005-2007 heb ik me heilig voorgenomen om lichamelijke klachten serieus te nemen en alles te doen om overbelasting en dus blessures te voorkomen – voorlopig met succes. Maar er moet ook hard getraind worden. Ik zou voorzichtig kunnen trainen, zodat ik nooit geblesseerd raak, maar dan zal ik niet veel harder lopen dan 2.16-2.18 en dat is ook niet de bedoeling.
Vandaag stond er voor de verandering een rustdag op het programma. Een mooie kans om eens op internet te gaan, want dat komt er al wekenlang niet van. Onze 'manager' Barnabas (geen familie van professor Barrabas), die een schuur voor ons aan het bouwen is, vroeg me of ik mee wilde komen naar zijn 'cave'. Hij sprak het uit als 'keef'. Ik vroeg me af waarom hij een grot heeft en wat hij daar dan mee doet, maar het bleek om een café te gaan. De meeste Kenianen spreken Franse woorden op zijn Engels uit. Dat merkte ik voor het eerst toen verschillende taxichauffeurs het hadden over hun 'Piedjet' (met de klemtoon op pie), waarmee ze een Peugeot bedoelden.
In de keef van Barnabas verkoopt hij thee, snacks en getherri – een gerecht van bonen en mais. Nu ik zijn keef bezocht kon hij gelijk van de gelegenheid gebruik maken om de pick-up van onze auto vol te laden met bonen. En of ik die even naar zijn keef wilde brengen. Er kwam een vriendelijke jongen mee, jaar of 25, lang en sterk, om de bonen uit te laden (een zak weegt ca 100kg). Nadat hij was ingestapt deed hij de autogordel om zijn nek. Ik kon mijn lachen niet inhouden en vertelde hem: “Don't do that man, you will be killed. Put it around you body”. Waarop hij nog een arm erdoorheen wurmde, wat het geheel alleen maar lachwekkender maakte. Ik legde hem uit hoe zo'n gordel werkt en dacht bij mezelf “deze jongen komt echt uit een cave”.
Last Updated on Saturday, 14 November 2009 16:05
Maandag 7 september, Iten
Monday, 07 September 2009 00:00
administrator
In de zware weken van de marathonvoorbereiding denk ik vaak aan de woorden van Douglas Wakiihuri, de Keniaanse marathonloper die in 1987 goud won op het WK en in 1988 zilver op de Olympische Spelen van Seoul. Toen ik enkele jaren geleden met TDR in Kenia was en hem ontmoette, liet hij ons weten: “De marathon is als een roos. Op weg naar de top kom je voortdurend dorens tegen, maar als je eenmaal boven bent, ben je bij de mooiste bloem van allemaal.” De dorens zijn de zware momenten die elke marathonloper kent; dagen van extreme vermoeidheid, waarop je het idee hebt dat je geen energie meer in je lijf hebt, of de pijntjes waar je mee te maken krijgt, die het gevolg zijn van de zware belastingen. Die 'dorens' zijn haast niet te vermijden. Ja, of je moet geen harde duurlopen doen van 30 km, maar je beperken tot maximaal 20km per dag, liefst niet al te hard. Maar dan ben je dus niet bezig met een (professionele) marathonvoorbereiding.
De eerste zes weken van mijn marathonvoorbereiding zijn super gegaan. Elke week liep ik weer wat makkelijker dan de week ervoor, en elke belangrijke training leek het alsof er een motortje in mijn benen zat dat er voor zorgde dat ik automatisch en zonder moeite door kon lopen. Gemiddeld heb ik die eerste 6 weken 183 km per week gelopen, met drie belangrijke trainingen per week: één in marathontempo, één net wat harder en één net wat langzamer. Natuurlijk waren er dagen waarop ik erg moe was, maar het was allemaal net vol te houden. Tot afgelopen donderdag; bij het opstaan wist ik “Nu even niet!” Ik ben blijven liggen en ben die dag geloof ik 4 keer uit bed gekomen. Tweemaal voor een broodmaaltijd en tweemaal voor een warme maaltijd. Het lichaam was leeg, de energie op, zes weken het uiterste van mijn lichaam vragen vergde zijn tol. De dag erna heb ik me beperkt tot een duurloop van een uur, evenals op zaterdag.
Op zondag voelde ik me weer voldoende hersteld om de geplande harde duurloop van 30km te doen. Om 7 uur 's ochtends stonden we met de auto op het afgesproken punt, om onze trainingsmaatjes op te pikken. Belangrijke trainingen zoals deze doen we niet in Iten. Daar is het zo heuvelachtig dat je onvoldoende snelheid kunt maken. We rijden meestal 20 minuten naar een plaats die Kaptuli heet en waar een dirtroad van 17km ligt. Deze is voor 'Rift-valley begrippen' vrij vlak. Je komt er de halve wereldtop tegen. Martin Lel, Duncan Kibet, Daniël Rono, Vivian Cheruiot, Linet Masai, Sammy Korir; allemaal gebruiken ze deze weg met enige regelmaat. Tijdens het wachten op onze trainingsmaatjes staan er wat lammetjes te grazen aan de rand van de weg. Één van de lammetjes gaat wat te ver de asfaltweg op en wordt hard geraakt door een passerende motorfiets-taxi (piki-piki noemen ze dat in Kenia; een motorfiets die wordt gebruikt als taxi. Voor een x-bedrag brengen ze je exact op de plaats van bestemming. Tot een jaar geleden had je alleen de boda-boda, de fiets-taxi. Maar ontwikkelingen gaan soms hard in Kenia. Een jaar geleden deed de betaalbare motorfiets zijn intrede en tegenwoordig zie je bijna geen boda-boda meer, alleen nog maar piki-piki. Vraag me niet waar de naam vandaan komt of waarom het steeds een dubbel woord is, geen idee.)
Het lammetje valt met open buik in de berm van de weg. Een deel van zijn ingewanden wordt naar buiten geslingerd. Iedereen staat te kijken, wat nu? Eén van de atleten die staat te wachten – niet uit onze groep – gaat naar het lammetje toe. Hij pakt de ingewanden en stopt ze voorzichtig, bijna teder, weer terug in de buikholte. Na wat friemelen constateert hij dat het goed zit. Hij zoekt een plastic zakje om het geheel dicht te binden, maar vindt niets geschikts. Het lammetje leeft nog, maar het is duidelijk dat dat niet zo lang meer zal duren. De dood staat hier sowieso wat dichterbij. Gisteren zagen we de volgende reclame op televisie: “Nu te koop: draagbare doodskisten. Voor slechts 2500 shilling (25 euro). We hebben modellen die speciaal zijn ontwikkeld voor het platteland. Koop nu! Bel 0722......” Dat soort reclames zie je liever niet de hele dag. De atleet veegt zijn bebloede handen af aan het gras en gaat trainen. Wij zijn ondertussen ook verzameld en besluiten te gaan rijden.
Na een paar kilometer inlopen en rekken/losmaken gaan we om 8 uur beginnen met de 30km tempoduurloop. Zoals gebruikelijk rijdt er iemand mee in onze auto. Hij stopt elke 5 km om ons een bidon aan te geven, zodat we voldoende vocht binnen krijgen (erg noodzakelijk, want ook om 8 uur is het al behoorlijk warm) en kunnen wennen aan het drinken tijdens inspanning. Ik heb een paar trainingsmaatjes, maar die zijn helaas onvoldoende getraind om langer dan 10km mee te lopen. Het blijft lastig voor mij om trainingsmaatjes te vinden, vooral voor de zware marathontrainingen. De Kenianen die goed genoeg zijn, hebben over het algemeen hun eigen trainingsschema en coach. Gelukkig ben ik in het snelheidswerk niet zo goed. Er zijn voldoende Kenianen te vinden die mee kunnen trainen als ik tempo's van 400m tot maximaal 3km doe. De afgelopen weken heb ik regelmatig met Koen Raaijmaekers getraind, dat was erg prettig combineren, maar Koen is nu twee weken naar Nederland, waar hij (zag ik net) tweede is geworden op het NK 10km in Tilburg in een erg mooie tijd. Dat geeft vertrouwen!
We lopen 15km over deze dirtroad van roodbruine aarde, die tussen de mais en graanvelden doorslingert. Af en toe passert er een fietser, of passeer ik een fietser. Een paar keer vind ik een kudde koeien op mijn pad, maar verder is het opvallend rustig. Na 15km draai ik om en loop dezelfde route terug. De training gaat vandaag niet super. Vooral heuvelop en met tegenwind heb ik moeite het tempo vast te houden. Kilometertijden variëren van 3.05 tot 3.35, met een eindtijd van exact 1.40.00 (3.20 per km). Niet zo hard als gehoopt, maar ook weer niet dramatisch slecht. Het past bij deze wat mindere week.
Na nog een paar kilometer uitlopen (waarmee het totaal op 37km komt), rijden we terug naar Iten, om te constateren dat het lammetje ondertussen is overleden.
Deze week zal ik nog vrij stevig trainen, met onder andere op woensdag een harde tempotraining, op vrijdag een stevige duurloop van 2 uur en op zondag een training van 5x5km in marathontempo. Daarna zal ik de voet een beetje van het gaspedaal halen en proberen uit te rusten voor de Dam tot Damloop. Na de Dam tot Damloop vliegen we direkt terug naar Kenia voor de laatste weken marathontraining, nu vergezeld door onze coach Gerard van Lent. We hebben hem uitgenodigd om enkele weken naar Kenia te komen, zodat we net die paar procent scherper kunnen trainen en straks in Amsterdam een topprestatie kunnen leveren.