Hugovandenbroek.com

marathonatleet

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Gava Mar

E-mail Print PDF

Donderdag 22 juli.

Gisteren zijn Koen en ik, samen met onze coach Gerard (voor de gelegenheid Bondscoach Gerard) en de voedingskundige van de marathonploeg Peter Res in Gava Mar aangekomen – als laatsten want de rest van de marathonploeg en begeleiding is er al sinds maandag. Gava Mar is een plaatsje dat enkele kilometers ten zuiden van Barcelona ligt. Hier verblijven we tot enkele dagen voor de marathon. In de eerste plaats om te acclimatiseren, in de tweede plaats om te 'focussen' en dat speciale gevoel te krijgen dat we er met elkaar iets moois van gaan maken op zondag 1 augustus.

De laatste weken zijn verlopen zoals die daarvoor. Ik heb de belangrijke trainingen goed kunnen doen, met tussendoor steeds drie rustige dagen (fietsen en heel rustig joggen) om de pijnlijke hiel te laten herstellen. De laatste zware training in Kenia was twee weken geleden: een duurloop van 40km, waarvan 30km in marathontempo. Dit ging goed; Koen en ik liepen een gemiddelde van 3.24 per km, wat natuurlijk minder hard is dan we in de marathon hopen te lopen, maar gezien de hoogte (en de heuvels) was het een prima tempo. Drie dagen later, precies tijdens de WK voetbal finale, vloog ik naar Nederland. Ik was ervanuit gegaan dat Nederland niet in de finale zou komen en vond het erg jammer dat ik het niet kon zien, vooral toen bleek dat er twee Spanjaarden achter me zaten. Toen de piloot ons de uitslag vertelde, waren ze zo onbeleefd om te gaan juigen! Op een KLM vlucht!

Vorige week woensdag stond de 10km van Voorthuizen op de planning, maar dat ging helaas niet door. In plaats daarvan heb ik, in de hitte, 8x1000m gedaan in ca 3.00 per km. Niet te hard, want het was mijn eerste harde training in deze hitte. In Kenia is het, door de hoogte, toch minder heet dan het hier kan zijn. Twee dagen later volgde een training in de klimaatkamer, op Papendal. Deze stond ingesteld op 33 graden Celsius en 85% luchtvochtigheid. Het was voor ons allemaal een 'interessante' ervaring. Zelfs bij een tempo van 13-14 km per uur, liep onze hartslag gigantisch op, zelfs tot aan de marathonhartslag. Het was ongetwijfeld een geschikte manier om te acclimeren (voor-acclimatiseren), maar hopelijk waren de omstandigheden niet representatief voor die tijdens de marathon. Drie dagen later, op maandag, kwam ik wederom naar Papendal voor een laatste marathontraining in de klimaatkamer. Gezien de hitte buiten (ca 28 graden) en het feit dat de klimaatkamer door ons lastig was in te stellen, besloten we om van ons plan af te zien en de training gewoon in de buitenlucht te doen. Ik trainde samen met Koen en ook Peter was weer aanwezig voor de analyses. Eerst mochten we in een buisje plassen, zodat hij kon meten hoe goed we hadden gedronken. Vervolgens stak hij een thermometer in ons oor om de kerntemperatuur te meten, iets wat hij na elk tempo zou herhalen. Koen en ik beperkten ons vandaag tot 4 maal een 5km, met een pauze van 3'. Een stevige training, maar niet verschrikkelijk uitputtend. De meest uitputtende trainingen (van meer dan 35 km) doe ik in de laatste twee weken niet meer. Ook deze laatste training ging prima. Uit voorzichtigheid begonnen we rustig, maar ondanks de hitte konden we aardig versnellen: 16.40 – 16.11 – 16.00 – 15.33. Peter heeft berekend dat ik, bij die omstandigheden en het lopen in marathontempo, ongeveer anderhalve liter vocht (zweet) per uur verlies. Wat wel grappig is: toen ik op mijn vijftiende begon met hardlopen en wat plaatselijke wegwedstrijdjes liep, liep ik al tegen een dertien-jarige Peter Res. Ik was wat beter, maar hij zat niet ver achter me. Vervolgens werd ik lid van AVCastricum en werd Peter mijn teamgenoot en (loop)vriend, vijftien jaar lang. Nu, in voorbereiding op het EK, zijn we weer 'samen', maar op een heel andere manier.

In Gava Mar, zijn we bezig met het meest ontspannen deel van de voorbereiding: het in vorm komen. De zware trainingen zijn achter de rug. Ik zal me beperken tot wat loslopen, wat alternatief trainen en dan nog één tempotraining van 3x3 km in marathontempo, komende zondag.

 

De weg naar BCN

E-mail Print PDF

De weg naar BCN 2010 begint er wat beter uit te zien. De hielklacht is nog steeds aanwezig en wordt ook niet minder, maar mijn niveau stijgt wel en dat is nu het belangrijkste! Ruim twee weken geleden deed ik een training van 1-2-3-2-1 km, waarbij ik de 3km in 9'48 liep. Vorige week ging het al weer een aardig stuk beter: ik deed 5 x 3km (met een pauze van 3 minuten) in gemiddeld 9'30.

 Vandaag stond de, voorlopig, zwaarste training op het programma. Ik stond op om 7u00 en liep drie kilometer los – dat was niet de zwaarste training, dat was wat Gerard 'pre-warmingup' noemt. In Barcelona wordt het straks erg heet en dan wil je geen lange warming-up doen, om de lichaamstemperatuur niet onnodig op te laten lopen. Een vroege warming-up enkele uren voor de race, is dan geschikt. Je maakt de benen een beetje los en hebt dan voor de race zelf voldoende aan een heel korte warming-up. Na deze vijftien minuten strompelen, nam ik mijn ontbijt, bestaande uit drie witte boterhammen met avocado, honing en appelstroop, drie koppen sterke thee en wat water. Hilda ging ondertussen de koe van Lornah melken, want de werknemers die dat normaal altijd doen, waren een dagje weg (en Lornah ook).

 Om 9u30 werd ik opgehaald door Koen Raymaekers, met zijn nieuwe Subaru. Koen, zijn vriendin Florence, onze chauffeur Cornelius en ik reden twintig minuten naar Kaptuli, waar we op een glooiende weg tussen de mais- en korenvelden begonnen aan onze training: 30' rustig (circa 4.00 per km), 30' in 3.30 per km, 5' rustig, 30' in 3.20 per km, 5' rustig, 15' in 3.20 per km, 5' rustig, 10' in 3.15 per km, 20' uitlopen. In totaal 2u30, iets meer dan 40km. De training ging goed. Het was behoorlijk heet en dat was precies de bedoeling. We hadden beiden veel sportdrank meegenomen en Florence gaf ons elk kwartier een bidon aan. In Barcelona wordt het erg belangrijk dat je goed kunt drinken – een atleet die anderhalve liter vocht per uur kan opnemen is in het voordeel ten opzichte van een atleet die slechts een halve liter kan opnemen en dit is goed trainbaar. Het lukte goed om het beoogde tempo te lopen en ik was vooral blij dat ik op het eind (tussen 33 en 36 km) mijn snelste kilometers kon maken. In de laatste kilometer moest ik Koen een paar seconden laten gaan, maar goed, die loopt 2u11 op de marathon, dus het is niet erg om bij hem te lossen.

Zo hadden we er dus om 12u30 een marathon opzitten (3+40 km), een apart gevoel.

Aangezien ik nog steeds behoorlijk last heb van de hiel wordt het morgenochtend fietsen. De ochtend na zo'n harde training, heb ik zoveel last dat hardlopen niet mogelijk is. Misschien kan ik in de middag lopen, dat hangt af van het herstel, anders ga ik weer fietsen. Daarna volgen twee dagen met rustige duurlopen en op zaterdag de volgende harde training (15 x 1000m). Ondanks dit aangepast trainen, is mijn niveau dus nog steeds aan het stijgen en lijkt deelname in Barcelona te gaan lukken. Wel laat ik bij thuiskomst, op 12 juli, direkt een MRI-scan maken. Vóór Barcelona zal ik niet aan mezelf laten sleutelen, maar mocht het nodig zijn, dan liefst zo snel mogelijk na het EK. En dan is het wel handig als de scan al is gemaakt.

Wat mijn dag, naast de goede training, helemaal goed maakte, was het succes van 'mijn' atleten tijdens een race in Eldoret. Ik coach 4 meisjes; Hilda's zusjes Valentine, Elvin en Ivy en hun vriendin Lillian. Allen zijn ongeveer 20 jaar en proberen door het hardlopen een studiebeurs te verdienen voor een Amerikaanse universiteit. Elvin is het best en had al snel een volledige beurs verdiend. Ze zal vanaf augustus uitkomen voor de University of Arizona, een prestigieuze universiteit, waarop je alleen wordt toegelaten als je ook heel goed kunt studeren (wat ze dus kan). De andere drie liepen vandaag een wedstrijd in Eldoret, speciaal georganiseerd voor atleten die een studiebeurs willen. Ze werden 1, 2 en 3! Ik ben zó trots op ze. Valentine en Lillian kregen een beurs aangeboden. Ivy moet nog even wachten, omdat ze nog geen SAT heeft gedaan, een soort Amerikaans toelatingsexamen. Het is erg leuk om te zien dat jonge mensen door hun hardlooptalent in korte tijd een kans krijgen om een toekomst op te bouwen in een ver land. Dat er universiteiten zijn die tienduizenden dollars per jaar neerleggen om iemand daar te laten studeren en hardlopen, ongelooflijk. Wie die kans krijgt, ziet zijn/haar leven in één klap veranderen. Van werkloos en geldloos, afhankelijk van anderen, word je opeens iemand met een zeer goede kans op een goede opleiding en uiteindelijk een goed leven. Daar ben ik de Amerikanen dankbaar voor. Nu moeten ze alleen nog leren dat je Keniaanse woorden niet op zijn Amerikaans uitspreekt – zoals een Amerikaanse coach die ons toeschreeuwde “Djemboe” en “Thanks for your Oekelei”. Ik denk dat velen niet begrepen dat hij Jambo (een groet) en ugali (een gerecht) bedoelde.

 

 

 

BCN en EAA

E-mail Print PDF

De voorbereidingen op Barcelona verlopen niet echt soepeltjes. Helaas heb ik nog steeds erg veel last van de linkerhiel en kom ik niet toe aan mijn normale trainingsbelasting. Ik loop 120-140km per week, een stuk minder dan gebruikelijk. Daar komt bij dat ik vooral moeite heb met de kwaliteitstrainingen, dus trainingen in marathontempo en sneller. Na afloop van die trainingen doet de hiel erg pijn.
V
olgens de chirurg was er geen sprake van dat er opnieuw een botpunt in de achilles prikt, maar wat mij betreft lijkt het daar wel op. Aan de buitenzijde van mijn linkerhiel, daar waar het pijn doet, is het bot een stuk forser dan aan de rechterhiel. In 2007 is er een botpunt verwijderd aan de binnenkant en achterzijde van de linkerhiel, nu lijkt het er dus op dat het zelfde probleem aan de buitenkant is ontstaan.

Maar goed, op dit moment wil ik me niet al teveel bezig houden met de diagnose. Ik wil proberen mezelf in voldoende vorm te brengen om in Barcelona te kunnen starten. Ik heb besloten om me te richten op de belangrijke marathontrainingen. Deze doe ik ongeveer tweemaal per week. Daartussen zal ik proberen de hiel te laten herstellen, door middel van herstelduurlopen en eventueel fietsen. Mocht het allemaal onvoldoende blijken om een redelijk niveau te halen, dan zal ik ervoor kiezen om niet in Barcelona te starten, maar voorlopig ga ik ervan uit dat dit niet nodig zal zijn. Vandaag heb ik een duurloop van 32km gedaan. Dit ging gemiddeld (op de eerste paar kilometer na) in 3.45 per km, wat voor mijn doen, door de heuvels van Iten, heel behoorlijk is. Ik hoop dit in de komende weken nog wat te verbeteren en te verlengen.

In de komende twee weken had ik twee wedstrijden gepland; de Zwitserlootdakrun in Groesbeek (vandaag) en het halve marathonfestijn in Zwolle. Beide heb ik af gezegd, omdat ik én nog onvoldoende niveau heb én geen extra risico wil nemen richting Barcelona. Sinds eind april zit ik in Kenia en daar blijf ik dus voorlopig.

Verder las ik vorige week dat de EAA (de Europese atletiekunie) eraan zit te denken om in haar baanwedstrijden maximaal drie atleten per land toe te laten. Met andere woorden: er mogen slechts drie Kenianen en drie Ethiopiërs starten op elk looponderdeel, zodat er meer ruimte is voor deelname van Europese lopers.
Ik snap (denk ik) waar dat plan vandaan komt en kan er, wat je wellicht niet van mij zult verwachten, wel enig begrip voor opbrengen. Uiteindelijk gaat dit natuurlijk om geld. De loopnummers worden, nog meer dan voorheen, gedomineerd door Oost-Afrikanen. Probleem is nu dat de afzetmarkt, in de zin van televisierechten en sponsoren, niet in Afrika zit. Sponsoren komen bijna allemaal uit Europa en Amerika. Die willen dat het Westerse publiek naar deze wedstrijden kijkt. Maar als er steeds minder Europese lopers meedoen, zullen er ook steeds minder Europeanen naar deze baanwedstrijden kijken. Minder interesse van het Westerse publiek betekent minder geld voor televisierechten en minder geld van de sponsoren. Uiteindelijk kan dit ertoe leiden dat de wedstrijdorganisaties onvoldoende geld hebben om hun wedstrijd te organiseren. Een uitstekend voorbeeld is het WK cross. In mijn ogen de sterkste bezette wedstrijd ter wereld in de grootste sport ter wereld. Maar omdat dit wordt gedomineerd door Oost-Afrikanen is er geen geld meer om het jaarlijks te organiseren.

Er moet dus wat gebeuren, willen we de (baan)atletiek weer aantrekkelijk maken binnen Europa. Ik vraag me wel af of dit de juiste manier is. Is het interessant, om een kopgroep van Oost-Afrikanen te zien, die ruim voor de rest van het veld loopt? Is het niet veel beter om te proberen het niveau van de Europese atletiek op te krikken, zodat we dichter bij de Oost-Afrikanen komen?
We denken dat we daar mee bezig zijn. Op individueel niveau is dat ook zo. Er zijn, ook in Europa, veel atleten en coaches dagelijks heel hard bezig om de top te bereiken. Maar op een hoger niveau liggen we achter bij Afrika: er wordt daar (voor mij: hier) veel meer geld geïnvesteerd in de loopsport. Een voorbeeld: in Kenia zijn honderden atleten in dienst van het leger, de politie, de post, of het gevangeniswezen. Zij krijgen een salaris en hoeven niets anders te doen dan trainen en rusten. De enige tegenprestatie die ze moeten leveren is twee keer per jaar een wedstrijd lopen voor hun team. Dit zijn zeker niet allemaal topatleten. Ook veel jonge, opkomende atleten krijgen een kans. Voor hen wordt dus de ideale situatie gecreëerd om te werken aan hun hardloopcarrière. Naast door de overheid wordt er ook geïnvesteerd door de managers en de sponsors. Merken als Adidas en Nike pompen heel veel geld in de Keniaanse atletiek. Samen met de managers halen ze topcoaches naar Kenia en zorgen voor kleding, sportdrank, fysiotherapeuten, huisvesting en een auto om de atleten te begeleiden.
Vergelijk dit met Nederland, waar je geen enkele ondersteuning krijgt als opkomende atleet. Zelf kreeg ik voor het eerst wat ondersteuning (jaarlijks een trainingsstage) nadat ik 2.12 op de marathon had gelopen – als het eigenlijk niet meer nodig is. Wanneer je in Nederland aan de absolute top staat, krijg je van NOC-NSF de status van A-atleet. Een A-atleet die met de sport meer dan het minimumloon verdient, heeft geen recht op geld van NOC-NSF – terwijl een atleet die dat verdient (minder dan 1000 euro per maand) er over het algemeen bij werkt, want stel dat de sportinkomsten een paar maanden tegenvallen. Waar de ondersteuning dan uit bestaat? Een hartslagmeter met 100 euro korting, 2 uur gratis fiscaal advies, een lease-auto waar je voor moet betalen en gratis sportdrank maar de verzendkosten moet je zelf betalen – allemaal 'presentjes' van de sponsors. Begrijp me niet verkeerd, ik neem de Atletiekunie en NOC-NSF helemaal niets kwalijk. Geld dat ze niet heeft, kan ze ook niet uitgeven. Uiteindelijk moet het geld komen van sponsoren en de overheid. Maar als we dat geld niet uitgeven, kunnen we niet verwachten dat we ooit kunnen concurreren met de Oost-Afrikanen, die niet alleen meer talent hebben maar ook nog eens meer investeren. 

Neem de drie jongens van TDR; Dekkers, Schroër en Ton. Ze liepen in het afgelopen jaar alle drie een marathon onder de 2.18, maar moeten er wel bij werken. Dat betekent dat ze de beste begeleiding ter wereld kunnen hebben, maar ongetwijfeld ontbreekt het ze vaak aan het meest essentiële voor een topsporter: rust. Hetzelfde geldt voor de meeste baanatleten die Europese subtop zijn: 800m lopers van 1.47/1.48 (mannen) of 2.02/2.03 (vrouwen), 5000m lopers van 13.40 of 15.20. Ook zij moeten er vaak bij werken, terwijl hun Afrikaanse concurrenten dat niet hoeven.
Als we de stap gaan nemen om Afrikanen uit te sluiten van wedstrijden, zodat de sport aantrekkelijker wordt, laten we dan óók de stap nemen om te investeren in onze atleten! En dan het liefst in atleten zoals Ronald, Rens en Robert, die nog niet van hun sport kunnen leven.

Last Updated on Monday, 07 June 2010 04:36
 

Streep door Rotterdam

E-mail Print PDF

Vrijdag 9 april, Castricum

Deze week heb ik een moeilijke beslissing moeten nemen: ik heb me afgemeld voor Rotterdam. Voor het hazen/tempomaken dan, wat ik zou doen voor de "groep Raymaekers" die weg gaat op 2.11.nogwat. De reden is dat ik de laatste tijd behoorlijk last heb van mijn linkerhiel, daar waar ik in 2007 aan ben geopereerd.
Dit is een terugkerend probleem, wat op zich ook heel logisch is. Als er wordt gesneden in je voet, dan wordt die voet nooit meer hetzelfde. Het bot is door de operatie beschadigd en ook het weefsel eromheen. Dat herstelt wel, maar het blijft een zwakke plek. Ik heb dat in de afgelopen tweeënhalf jaar regelmatig ervaren. Wanneer ik wekenlang veel kilometers maak, of harde snelheidstrainingen doe, gaat de linkerhiel irriteren. Ik doe vervolgens een paar dagen rustig aan en dan is het weer over. Op zich is het geen groot probleem, want ik kan behoorlijk hard trainen voordat het echt gaat opspelen. Enige nadeel is eigenlijk dat ik niet zoveel snelheidstrainingen kan doen. Wanneer ik trainingen doe in 5km tempo of sneller, worden mijn kuiten erg stijf. Als gevolg daarvan gaat de linkerhiel irriteren. Dit soort trainingen doe ik dus, noodgedwongen, nauwelijks.

Na de Venloop van 21 maart had ik behoorlijk last van die hiel. Dat herstelde in de week erna, maar kwam weer terug na de Circuitrun. Een dag niet lopen en nog enkele dagen joggen, zorgden voor herstel. Echter, aan het eind van de week deed ik een training van 3x5km in marathontempo, in voorbereiding op Rotterdam, en weer kwam de pijn terug. Ik heb toen besloten dat het beter is om deze klacht volledig te laten herstellen. Ik kan er redelijk mee doorlopen, maar loop dan risico dat het echt een serieuse blessure wordt. Ook weet ik dat ik vanaf eind mei ga beginnen met de voorbereidingen op B10. Vanaf dan ga ik weer trainingen doen als 5x5km en twee of drie dagen later weer 35km. Dan kan alleen als je volledig fit bent en klachtenvrij.
Ik ben voor de zekerheid direct langs de orthopedisch chirurg gegaan die me destijds heeft geopereerd (Van der Hoeven). Hij bevestigde, gelukkig, dat er niet sprake is van een recidive (terugkeer van de klacht uit 2007), maar dat het botvlies wat is geïrriteerd door de grote trekkracht van de (te stijve) kuit. 

Voorlopig ga ik er dus vanuit dat ik me geen grote zorgen hoef te maken en dat een herstelperiode voldoende is om de klacht te laten verdwijnen - waarbij ik me realiseer dat het zolang ik intensief sport nooit volledig zal verdwijnen. Na drie dagen alternatief trainen, ben ik gisteren begonnen met hardlopen - zonder pijn, maar voor de zekerheid doe ik nog zeker een week rustig aan. Zondag zit ik dus voor de buis, helaas, in plaats van dat ik op de buis ben. Graag had ik Koen een beetje geholpen bij het realiseren van een nieuw persoonlijk record, maar nu ga ik maar kijken of mijn vervanger goed werk levert.


 

Zandvoort Circuitrun

E-mail Print PDF

Na de Venloop, op 21 maart, waar ik een persoonlijk record liep van 1.03.26 op de halve marathon - eindelijk, na 8 jaar weer een significante verbetering! Hoewel, ik denk niet dat 16 seconden op een tijd van ruim 63 minuten officieel signifikant is, maar voor mij was het een belangrijke sprong - had ik vandaag een tweede wedstrijd op het programma staan: de Zandvoort Circuitrun over 12km. Doordat ik in de Venloop hard was begonnen en diep was gegaan, had ik behoorlijk veel last van stijfheid de afgelopen week. In feite kwam ik nauwelijks aan trainen toe. Maandag wat alternatief (fietsen), dinsdag een half uur lopen, woensdag 45 minuten, donderdag twee keer 45 minuten. Vrijdag voelde ik me eindelijk wat beter en kon ik een licht vaartspel doen.
Omdat ik ook flink verkouden was geworden, wist ik niet zo goed wat ik vandaag mocht verwachten. Zou het lekker draaien of zou ik nog teveel last hebben van de Venloop, of de verkoudheid?

Uiteindelijk ging het vrij aardig. De eerste 4km over het circuit gingen stevig, maar niet echt hard. Door de harde wind was er sprake van een wisseltempo: wind mee heel hard, wind tegen heel rustig. Met een kopgroep van 9 man gingen we na 5km het strand op. Door de harde zuidwester zakte het tempo daar tot een zeer laag tempo (3.30 per km). Na 8km draaide de weg waardoor we de wind in de rug kregen en brak het geweld los. De Belg Stephan van den Broek versnelde als eerste, ik ging erachteraan en de andere 7 probeerden te volgen. Stephan en ik liepen geleidelijk uit op onze achtervolgers. Na 11km moest ik zelf lossen, toen Stephan met harde wind mee een extra versnelling inzette. Uiteindelijk moest ik dus genoegen nemen met de tweede plaats. Gezien de vorm en het type race (niet hard van begin tot eind, zoals mij meer zou hebben gelegen) was ik hier tevreden mee.

Hilda liep op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip in Polen, het WK cross. Het is jammer dat dit nergens op televisie was te volgen. Ik begrijp dat de IAAF de rechten voor het WK cross aan een tussenpartij heeft verkocht, die dit dan weer doorverkoopt aan de verschillende tv zenders, maar die hier erg veel geld voor vraagt. De BBC, Eurosport, België, Nederland, geen van deze zenders kon het WK uitzenden. Een beetje jammer dat dit zo gaat, lijkt me niet goed voor de sport en ook niet voor de IAAF. Op de korte termijn worden verdiensten gemaakt door het verkopen van de rechten, maar op de lange termijn verliest ook de IAAF eraan door het verlies aan media-aandacht. In ontwikkelingsland Kenia kon men overigens het gehele WK live volgen - weliswaar via betaal-televisie, maar aardig wat atleten en bars/restaurants beschikken daarover. Hilda doet op haar eigen site verslag van haar race.

Last Updated on Wednesday, 31 March 2010 13:43
 
  • «
  •  Start 
  •  Prev 
  •  1 
  •  2 
  •  3 
  •  4 
  •  Next 
  •  End 
  • »


Page 1 of 4

foto: Peter Oey

sponsor: